woensdag 22 september 2010

dagje Québec

Québec ligt aan de Fleuve St. Laurent, of eigenlijk ligt het erboven. Tussen de rivier en de plaats ligt een stukje havengebied en een lokale verkeersweg, de stad ligt zo'n tachtig meter hoger op een aan die kant steile rots. Je kunt daar naar boven/beneden met een finiculaire of met een trap. Ons hotel ligt ongeveer een kilometer landinwaarts; vandaar kun je via steile wegen naar boven lopen. Kwartiertje naar de stadspoort St Jean.
Vanmorgen gingen we eerst naar het art-museum, dat vanuit ons hotel gezien aan de andere kant van de bult ligt, die daar nog wat hoger is. Eerst onze jasjes uit, toen onze truien. Aardig museum, alleen de Inuit-kunst die daar respresentatief aanwezig is vonden we spectaculair. - Daarna wilden we met een ferry over de St. Laurent heen en weer: dat was ons aangeraden omdat je van de overkant zo,n spectaculair gezicht op de hooggelegen stad hebt. Maar vanuit het museum dat in een vrij hoog gelegen park staat (met zwarte eekhoorntjes)


is geen weg naar beneden. We hielden een jogger staande, die zei dat er achter de bosjes, via een bospad, een trap naar beneden was. Was er inderdaad, een vrij steile houten trap van meer dan 350 flinke treden. De trap bleek (ook) gebruikt te worden als trainingstoestel, mensen jogden soms dertig treden naar boven en dan weer dertig naar beneden op hoogte 200. Ook was er ergens halverwege een meisje dat wijdbeens hurkend met beide voeten tegelijk een flink aantal keren op de naasthogere trede sprong. Enfin, we kwamen uiteindelijk beneden over deze voor onze ervaring langste houten trap. Een kilometer horizontaal bracht ons bij de ferry. In het prachtige zonnige weer lieten we ons overzetten, kwartiertje heen kwartiertje terug met een kwartier daartussen. Inderdaad een mooi gezicht op de rivier, waar een paar ongelofelijk grote cruise-schepen lagen, en op de oude stad.



Weer aan wal moesten we boven zien te komen. Ik ga niet met een finiculaire, maar Els zag een beetje tegen de herhaalde klimmerij op en zou zo makkelijk boven kunnen komen. De klim werd ons evenwel bespaard omdat er een ecolobus, een op elektriciteit rijdend voertuig, klaar stond om toeristen voor een dollar de man via de zijkant van de stad over de steile wegen naar boven te brengen.
We bezochten de katholieke basiliek Notre Dame de Québec, groot en lelijk, en de aardiger Trinity-church van de Anglicanen, keken naar paleizen en het hotel de ville, aten een broodje, zaten in de zon en gingen om goed vier uur naar ons hotel beneden. - Onze auto staat ergens in de stad tot onze beschikking via de valet-service van het hotel. Je moet je auto overgeven aan een valet, die ermee verdwijnt, maar op afroep 24 uur per dag klaarstaat om de auto op te halen. Kost 20 dollar per nacht, maar per keer valet-gebruik kost het niets. Wij hebben de auto nu bijna twee dagen niet gezien, morgenochtend zal ik hem laten halen.
Vanavond naar een concert geweest. Paar Mozart- en Haydensymfonieën en een tiental liederen. De zangeres had een prachtige stem, het was een goed orkest, Les violons du roy, met een adequate dirigent. Mooie avond.
Het concerthuis

Een opmerking over het luisteren naar liederen zoals vanavond: het is een surrealistische ervaring een lied te horen, de tekst te lezen en te begrijpen (die stond in het programmaboekje, Italiaans met Franse vertaling), geconcentreerd te luisteren, en niets te verstaan van wat er gezongen wordt: het eerste woord noch het laatste, noch enig woord daartussen. - (De mooie alt herinnerde aan die van Aafje Heynis.)

Wim

Geen opmerkingen:

Een reactie posten